Home Nieuws Kinderen Volwassenen Contact
Algemeen
Overige links


RSI

RSI

De afkorting RSI staat voor Repititive Strain Injuries. Dit betekent: klachten of blessures door herhaalde belasting. RSI is een verzamelnaam voor diverse pijnklachten in nek, schouders, armen, polsen en handen en in uitzonderlijke gevallen in de benen. RSI wordt veroorzaakt door chronische overbelasting door repeterende bewegingen zoals klikken met de muis of het in snel tempo maken van aanslagen op een toetsenbord, waarbij geen of weinig variatie in de werkhouding mogelijk is. Ook een werkplek die niet optimaal aan de menselijke afmetingen kan worden aangepast, kan RSI bevorderen.
De symptomen van RSI zijn pijn, tintelingen, gevoelloosheid, koude kramp, stijfheid, en krachtverlies in bovengenoemde lichaamsdelen. Soms is de pijn moeilijk te lokaliseren. Voor alle symptomen van RSI geldt: ze verergeren naarmate er minder rust/herstelmomenten zijn en als klachten te lang genegeerd worden.

Hoe ontstaat RSI?

De belangrijkste aspecten die bijdragen tot het ontstaan van RSI zijn:
1. Te weinig afwisseling van houding en beweging
2. Ongunstige werkhouding
3. Gedrag
4. Stress

Te weinig afwisseling van houding en beweging

Werkzaamheden die overwegend en langdurig in één en dezelfde houding worden uitgevoerd, zijn risicovol. Alleen al het urenlang zitten in een bepaalde houding is belastend. De kans is groot dat de spieren en gewrichten die bij dergelijke eenzijdige houdingen en activiteiten worden belast, op den duur klachten gaan veroorzaken. Voor alle duidelijkheid: het feit dat spieren gebruikt worden staat überhaupt niet ter discussie; wanneer die spieren echter continu gespannen zijn, leidt dit onherroepelijk tot problemen. Afwisseling is onontbeerlijk, zowel bij houding als beweging. Tijdens de momenten waarin belaste lichaamsdelen even niet meer belast worden, is er tijd voor de nodige herstelproces­sen, zodat een volgende fase van belasting weer relatief vers kan worden ingegaan.
Te weinig afwisseling is er ook bij repeterende handelingen, zoals typen. Hoewel daarbij vrijwel continu bewogen en dus afgewisseld wordt, leidt typen er toch toe dat steeds dezelfde spiergroepen gespannen zijn. In de nek, schouders vindt daarbij nauwelijks beweging plaats en deze spieren zijn vaak lange tijd onafgebroken gespannen; een locale dynamische overbelasting. Het is, zo bezien, nog niet zo gek dat sommige spiervezels in dat gebied vroeg of laat burn-out verschijnselen vertonen.
Een belangrijk verschil met vroeger is, dat nu veel taken zijn veranderd en dat het werk eenzijdiger is geworden. Het naar de post lopen met een brief is vervangen door een e-mail. Op een toetsenbord hoeft nu aan het eind van een regel geen andere beweging meer tussendoor gemaakt te worden om aan de volgende regel te beginnen zoals vroeger wel het geval was. Werktekeningen worden niet meer op een tekentafel gemaakt maar op de computer. Vroeger moest je na een A4-tje het papier uit de typmachine halen en een nieuw papier invoeren, nu typen we ‘vrolijk’ urenlang achter elkaar door. Het telefoonboek, het spoorboekje hoeven niet meer opengeslagen te worden, maar men kan daarvoor de computer raadplegen. Het overnemen door de computer van dit soort taken neemt nog steeds toe en er wordt steeds verder geautomatiseerd, waardoor het beeldschermwerk zal blijven toenemen en daarmee naar verwachting ook het aantal RSI-gerelateerde klachten.

Ongunstige werkhouding

Te weinig afwisseling van de houding kan op zich al tot problemen leiden. Staat echter het weefsel door een bepaalde houding extra op spanning, dan wordt de kans op problemen sterk vergroot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een gedraaide of gebogen nek zoals wij vaak op de kantoorwerkplek zien. Werknemers zitten hier frequent met het hoofd gebogen wanneer zij schrijfwerkzaamheden verrichten, lezen, of wanneer zij data in een computer invoeren waarbij dan de gegevens die worden afgelezen op het werkblad liggen. Het gevolg van het langdurig gebogen zijn van het hoofd is dat de nek langdurig op spanning staat. De wervelgewricht­jes, banden en spieren worden dan eenzijdig belast, hetgeen tot gevolg kan hebben dat er nek- en hoofdpijnklachten optreden. Naar deze klachten is zelfs een soort hoofd­pijn vernoemd: de ante­flexiehoofd­pijn. Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 20% van de beeldschermwerkers vaak last heeft van hoofdpijn. Verder is bij beeldschermwerkers gebleken dat juist de spanning in de nekspieren verhoogd is en van alle meetbare afwijkingen correleert dit nog het sterkst met RSI.

Gedrag

RSI-patiënten zijn vaak plichtsgetrouwe, hardwerkende mensen. Punctueel en perfectionistisch. Op zich zijn dit goede eigenschappen, maar voor RSI kan het desastreus zijn. Door niet op tijd naar de eigen lichaamssignalen te luisteren en daar dus ook niet naar te handelen, kan overbelasting ontstaan. Als men het werk af wil hebben maar eigenlijk te weinig tijd heeft, dan leidt dat maar al te vaak tot het inkorten of overslaan van pauzes. Pauzes die hard nodig zijn voor herstelprocessen in spieren en andere weefels. Het is vaak geen onwil om voldoende te pauzeren, maar door de eigen -positieve- instelling in combinatie met een hoge werkdruk wordt wel roofbouw gepleegd op het eigen lichaam.

Stress

Uit onderzoek is gebleken dat de spierspanning in de nek- en schouderspieren drastisch oploopt als mensen in een stressvolle omgeving werken. Een hoge werkdruk en gebrekkige regelmogelijkheden kunnen dus leiden tot extra spierspanning vanwege de ervaren stress.
Het is echter ook mogelijk dat dergelijke werkomstandigheden leiden tot een langdurigere en intensievere blootstelling met minder pauzes. Wij krijgen dan te maken met overwerk, snellere handelingen, ongunstiger houdingen en dergelijke. Ook hierdoor wordt echter het risico om RSI te krijgen, vergroot. Het maakt dus een groot verschil hoe men met stress omgaat en hoe de werktechniek daardoor wordt beïnvloed.

Het is gebleken dat de werktechniek sterk kan verbeteren door training, bijvoorbeeld door anti-stress programma’s en EMG trainingssessies. Bij deze laatstgenoemde trainingen wordt de spierspanning zichtbaar en hoorbaar gemaakt met behulp van EMG (electromyografie). Zo kan men op relatief eenvoudige wijze overmatige spierspanningen leren vermijden. Het frappante bij dit soort onderzoeken is dat mensen zich in het geheel niet bewust zijn dat zij hun spieren extra aanspannen, bijvoorbeeld door te werken met opgetrokken schouders. De gewaarwording speelt hierbij een belangrijke rol. Werkstress kan dus bijdragen aan een veranderde gewaarwording van en omgang met (beginnende) symptomen. Mensen moeten echt leren om naar hun lichaamssignalen te luisteren.
Uit het feit dat uit onderzoeken blijkt dat het risico op RSI toeneemt door stress, mag nog niet de conclusie worden getrokken dat RSI ‘dus’ psychisch is en ‘tussen de oren zit’. Door stress neemt direct de spierspanning toe in de nek- en schouderspieren en kan bovendien het gedrag veranderen op een wijze die nadelig is voor RSI (men werkt harder en neemt minder rustpauzes en micropauzes). Hierdoor neemt de spierbelasting extra toe. Stress heeft dus overduidelijk een verhoogde fysieke belasting tot gevolg, wat overigens niet uitsluit dat bij sommige mensen psychische factoren misschien wel een oorzakelijke rol spelen, want op al deze processen zijn ook persoonlijke factoren van invloed. Tot de persoonlijke factoren kan zowel de lichamelijke belastbaarheid (zoals het vermogen van weefsel om toenemende druk te weerstaan) worden gerekend als het vermogen om met stress om te gaan. Er zijn geen aanwijzingen dat individuele lichamelijke en psychische belastbaarheid of persoonlijkheid op zich behoren tot de risicofactoren voor RSI-klachten.

Voor meer informatie over RSI kijk dan op http://www.rsi-vereniging.nl



 

Copyright © 2004-2005 by Praktijk voor ergotherapie Persons (kvk: 17175317)    
Wij zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van deze informatie of voor de gevolgen van het gebruik daarvan.
Deze site is mogelijk gemaakt door...

Copyright © 2004 by your company  |   |  Design by 7dana.com